BRAND PUBLISHERS

24 januari 2020

‘Tot een paar jaar geleden was ik me er niet van bewust dat ik “anders” zou zijn dan anderen’


Fotografie: Bibian Bingen

Diversiteit, of eerder het gebrek daaraan, is ook in de reclame- en mediawereld een hot item. Hoe zorgen we ervoor dat onze branche diverser wordt? Patritia Pahladsingh, derde in de reeks geïnterviewde ‘ervaringsdeskundigen’: ‘Het is goed dat het onderwerp leeft, dat erover geschreven en gepraat wordt. Bij mij is het bewustzijn pas twee jaar geleden getriggerd.’

De eye-opener die ze twee jaar geleden kreeg van haar toen driejarige dochter (een van de tweelingzusjes op de foto) is de reden waarom de Hindoestaanse managing director Patritia Pahladsingh van TBWANeboko ja zei tegen dit interview. Ze vertelde het in het telefoongesprek dat aan het interview vooraf ging. Ze kon zich voorstellen dat mensen iets moeten overwinnen om over hun ‘andere’ achtergrond te praten, zei ze. Want je wil jezelf helemaal niet als ‘anders’ zien en hebt geen zin om er op die manier over na te denken, je bènt helemaal niet ‘anders’ dan anderen. Zelf was Pahladsingh er nooit zo mee bezig dat ze zoals ze zegt ‘een ander kleurtje’ heeft en vrouw is. Ze denkt dat meespeelt dat ze al 25 jaar in het reclamevak werkt. ‘In de jaren 80 en 90 leefde het gebrek aan diversiteit of de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen minder sterk. Het was gewoon zoals het was. Ik heb zelf ook nauwelijks negatieve situaties meegemaakt waar ik me bewust van was. Nu is er veel meer bewustwording, er wordt veel over geschreven en gesproken. Waardoor je je als vrouw in een meeting eerder realiseert, als je om je heen kijkt: hmm, ik ben de enige vrouw in dit gezelschap en wat een foute mannengrap wordt hier gemaakt - overigens houd ik wel van foute grappen, maar dit terzijde – en oh ja, ik ben ook nog de enige hier met een ander kleurtje! Vroeger was ik daar niet mee bezig.’

Het glazen plafond
Pahladsingh gelooft in de kracht van de mensheid. Mensen die wat bereiken doen dat op basis van competenties, ongeacht hun uiterlijk, achtergrond of sekse. Zo heeft ze het altijd gezien. ‘Ik dacht: ik groei door omdat ik gewoon heel goed ben in mijn werk. Ik voelde me eerlijk gezegd dus ook nooit geroepen om de barricaden te beklimmen om vrouwen te promoten of op te roepen tot het invoeren van vrouwenquota. Ik dacht: vrouwen doen zelf een stapje terug wanneer er kinderen komen omdat hun gevoel dat hen ingeeft. Het glazen plafond bestaat alleen in de hoofden van vrouwen en als je echt goed bent, breek je daar wel doorheen.’

Hoe bracht jouw driejarige tweelingdochter je op andere gedachten?

‘Ze is de stoere van de twee, haar tweelingzusje houdt van prinsessen. Op een dag kwam ze naar me toe en zei “mama ik wil een jongen worden want ik wil voetballen.” Ik schrok daarvan. Niet omdat ze van mij geen jongen zou mogen zijn, ze mag alles worden wat ze wil, maar mijn man en ik dachten: waarom denkt ze dat ze een jongen moet zijn om te kunnen voetballen? We legden haar uit dat meisjes ook voetballen maar ze hield vol. Want ze wilde ook dokter worden en skateboarden en ze vond vliegtuigen tof dus piloot leek haar ook wel wat. Allemaal dingen waarvan zij dacht dat je daarvoor een jongetje moet zijn. We hebben haar meegenomen naar vrouwenvoetbal, in de cockpit laten kijken bij een vrouwelijke piloot en ze kreeg een keer een vrouwelijke arts. Uiteindelijk zag ze in dat ze als meisje alle dingen kan doen die zij heel tof vindt.’

Hoe veranderde dit jouw ideeën?

‘Ik dacht: wacht even, ik heb het nooit zo ervaren, maar als een driejarige zo naar de wereld kijkt en denkt dat ze een jongen moet zijn, misschien ligt er dan toch een belangrijke taak om uit te leggen dat je alles kunt bereiken wat je maar wilt, ongeacht je sekse, achtergrond, kleur of geaardheid.’

Pahladsingh werd 48 jaar geleden in Den Haag geboren en groeide daar op als middelste van een gezin met drie kinderen. Haar ouders waren mid-twintigers toen zij van Suriname naar Nederland verhuisden omdat haar vader diverse hartoperaties moest ondergaan. Hij werkte als maatschappelijk werker in dienst van de overheid, haar moeder was verpleegkundige. ‘Mijn ouders werden opgenomen door een Nederlands gezin, de familie De Bruin. Zij woonden dichtbij ons en hebben een belangrijke rol gespeeld in mijn opvoeding: we noemden hen opa en oma, ze haalden ons uit school en we aten boerenkool bij hen thuis. Mijn vader was er heel kien op dat wij geïntegreerd opgroeiden, onderdeel werden van de Nederlandse maatschappij. Daar heeft hij erg zijn best voor gedaan. Thuis werd Nederlands gesproken, al versta ik ook Hindoestaans. We leerden met mes en vork eten, terwijl Hindoestanen met de hand eten. Mijn vader vond dat heel belangrijk, net als een goede opleiding. We hoefden niets in het huishouden te doen, als we maar naar school gingen en goed leerden.’

Wat heeft jou dat gebracht?

‘Ik voel me echt onderdeel van de Nederlandse samenleving en ik houd van de Nederlandse tradities. Ik heb geen speciale band met Suriname, ook al is het deel van mijn achtergrond. Ik ben gelovig opgevoed, Hindoestaans; dat omarm ik en verloochen ik niet. Het hindoeïsme is prachtig, heel tolerant. Mijn ouders hebben ons ook heel tolerant opgevoed: je moet respect hebben voor de ander, dan krijg je respect terug. Ik denk dat mijn ouders Nederland als heel gastvrij, open en tolerant ervaren.’

Op school zeiden andere kinderen niets over je kleur of dat je ‘anders’ was?

‘Nee. Ik heb dat niet meegemaakt en nergens last van gehad. Misschien heb ik de Nederlandse traditie rond het sinterklaasfeest met Zwarte Piet ook daarom nooit als negatief ervaren. Zwarte Piet was zwart omdat hij door de schoorsteen ging. Nog steeds wijs ik Zwarte Piet niet af, maar ik snap ook dat dingen evolueren en verandering noodzakelijk maken. Toen ik klein was zong mijn opa het kinderliedje Moriaantje zo zwart als roet voor mij. Pas veel later leerde ik dat dit lied racistisch kan worden geïnterpreteerd, maar voor mij heeft het iets heel liefdevols, want mijn opa zong het vol liefde voor mij.

‘Toen ik het interview met Bas Vroonland las, vroeg ik mij af hoe het komt dat hij veel meer het verschil in achtergrond heeft ervaren dan ik. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat ik vrij tolerant ben en makkelijk relativeer, ook mezelf. Ik maak zelf ook foute grappen, ben nuchter en laat me niet snel uit het veld slaan. Het zal heus weleens gebeurd zijn dat iemand tegen mij zei: rot op naar je eigen land. Maar dan dacht ik waarschijnlijk, verbaasd: dit ís mijn eigen land, waar heb je het over?

‘Wat ik fascinerend vind is dat wij als reclamebranche een aantal jaren geleden vooruitstrevender waren dan onze klanten: ik heb discussies met ze gevoerd over de vraag of er een donker kindje in de film of advertentie mocht. Nu vind ik dat wij als reclamebureaus terughoudender zijn en dat klanten ons erop wijzen: let op jongens, ons publiek is heel divers, waarom zien we dat niet terug in de casting? Hoe dat komt weet ik niet, maar ik vind wel dat we hierin nog een stap moeten zetten samen. Nu we het erover hebben krijg ik een inzicht: misschien is het wel makkelijker voor mij om tegen klanten te zeggen dat er meer diversiteit in een cast mag, dan voor anderen. Juist omdat ik een kleur heb.’

Je bent in 10 jaar DDB en 13 TBWANeboko opgeklommen onder typische alfa-mannen als Pietro Tramontin, Paul Blok en Simon Neefjes en wordt door velen als een ‘powervrouw’ gezien. Het is moeilijk te geloven dat je geen last hebt gehad van de machocultuur van deze bureaus.

‘Ik heb het echt nooit als zodanig ervaren. Ik ben ontzettend ambitieus en ik geloof gewoon in hard werken.’

Heb je vaak voor jezelf op moeten komen?

‘Ik denk dat ik bescheiden en geduldig ben geweest, maar ik kwam wel op de juiste momenten voor mezelf op. En ik denk dat anderen ook wel potentie in mij zagen, waardoor ik altijd kon doorgroeien.

Pas de laatste jaren ben ik erachter gekomen dat er zoiets bestaat als een “vrouwensalaris”, een salaris dat alleen maar lager is dan wat een man in precies dezelfde functie verdient, omdat het voor een vrouw is. Sinds ik dat weet, ben ik erop gespitst: laat ik er niet achter komen dat ik of een collega een vrouwensalaris heeft!’

Er zijn mensen die jou hard noemen, het woord ‘bitchy’ is zelfs gevallen.

‘Dat geloof ik graag. Noem het “hard”, maar je kunt het ook “duidelijk” noemen. Mensen die mij goed kennen weten dat ik loyaal, zachtaardig en sociaal ben. Maar ik ben ook heel duidelijk. Dat vind ik nou weer zo grappig: als je vrouw bent en je bent duidelijk, dan noemen ze je een harde tante of zelfs een bitch, maar als een man duidelijk is, heet dat standvastig; zo’n man is iemand die weet wat hij wil. Erg jammer dat je als vrouw sneller zo’n stempel krijgt.’

De mannen die de leiding hadden over DDB en TBWA zijn wel echte machomannen.

‘Ja, geweldig. Simon Neefjes heeft altijd heel goed geweten wat hij wilde, wat heel knap is. Hij is een mega-slimme man, echt een ondernemer, een goede en snelle strategische denker. À la minute verzon hij oplossingen. Ik heb van alle drie de mannen veel geleerd en ik ben er zelf ook wat macho door geworden.’ Lachend: ‘Of zeg je dat niet van een vrouw?’

Geloof je nu wel dat er extra stappen moeten worden gezet om meisjes en vrouwen een sterkere basis mee te geven?

‘Wat ik heel jammer vind is dat ambitieuze vrouwen die er echt voor gaan, alles lijken te willen opgeven wanneer er kinderen komen. Ik vind het prima als mensen parttime willen werken, dat mag iedereen. Ik geloof sowieso in het nieuwe werken waarbij je niet 8 uur per werkdag fysiek op kantoor hoeft te zitten omdat we in deze tijd allemaal 24/7 “aan” staan. Maar ik heb echt topvrouwen hier meegemaakt die aangaven dat ze verscheurd werden tussen de behoefte om thuis te zijn en hun ambitie om carrière te maken. Terwijl we het heel goed kunnen regelen en organiseren.
‘Ik heb zelf ook geworsteld met de work-life balance. Ik zeg nu altijd: er bestaat niet zoiets als een work-life balance; je hebt maar één leven en daarin moet je het allemaal doen. Mensen vragen mij ook hoe ik het regel: ik heb een tweeling, ik woon in Den Haag en werk vijf dagen per week in Amsterdam, ik heb een drukke baan, ga veel naar klanten en ben vaak in het buitenland… Ik heb het geluk dat mijn man vanuit huis werkt. Zonder mijn man zou dit niet kunnen. We hebben er bewust voor gekozen om het zo te regelen en organiseren. Het klinkt bijna klinisch, maar je gezin managen doe je eigenlijk net zoals je een project managet: het is een kwestie van goede afspraken maken en de verwachtingen goed managen. En eerlijk tegen een klant aan de telefoon zeggen: ik hang je nu op, ik ben met mijn kinderen en bel je over twee uurtjes terug. Waarom niet?
‘Bij ons werken ook veel mannen parttime. Als ze het maar niet hebben over hun papa-dag, daar heb ik echt een hekel aan: je hebt toch ook geen mama-dag?! We gaan sowieso nieuwe tijden in, waarin mensen naast hun werk in loondienst ook nog andere dingen willen doen. Zelf ondernemen bijvoorbeeld. Ik juich dat alleen maar toe, omdat mensen er gelukkiger en beter van worden wanneer ze hun talenten kunnen ontplooien op de manier die het beste bij hen past.’

Hoe staat het met de diversiteit op de werkvloer van TBWANeboko?

‘Voor mij staat diversiteit niet alleen voor sekse, kleur, geaardheid, geloofsovertuiging, culturele en migratie-achtergrond, maar ook voor leeftijd en werkzaamheden. Wij hebben veel expats binnen TBWA. Mensen van over de hele wereld. Laten we die diversiteit vieren! Binnenkort gaan we met het hele bureau een sessie doen, intern, over de vraag waar we heen willen met TBWA. We willen dat iedereen meedenkt, ongeacht werkervaring en functie. Dat vind ik diversity.

Over Patritia Pahladsingh
Na haar studie Bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, begon Patritia Pahladsingh als trainee bij DDB Amsterdam. Na tien jaar stapte ze over naar TBWANeboko, dat ze sinds januari dit jaar leidt als managing director.

De eerste twee interviews in deze serie waren met Bas Vroonland en John Olivieira. Alle interviews zijn ook gepubliceerd in Adformatie. Bekijk ook hoe Patritia Pahladsingh, Bas Vroonland en John Olivieira geportretteerd werden door Bibian BingenRay Depatti en Sharon Jane.