BRAND PUBLISHERS

1 juli 2020

De vrijheid in de foto’s van Atva van Zanten 




Fotografie: Guleed Afhakame

Het lef en de openheid waarmee Guleed Afhakame een foto van zichzelf op LinkedIn deelde met de tekst dat hij naar de BLM-demonstratie op de Dam was geweest en waarom, inspireerden Atva van Zanten om hem te vragen de foto’s te maken bij haar interview over het gebrek aan diversiteit in de reclame- en mediawereld. Guleed nam haar mee naar de NDSM-werf in Amsterdam Noord en dat leverde foto’s op die ongebreidelde vrijheid uitstralen. Zo kwamen ze tot stand.

Atva van Zanten vroeg haar Mindshare-collega en content marketing manager Guleed Afhakame omdat ze hem graag zijn verhaal wilde laten vertellen. En, zegt ze, omdat hij supercreatief is en smaak en een goed oog heeft voor fotografie. ‘En hij is net als ik een beetje ongeduldig.’
De shoot Jeroen Tesselaar, campagne-executive bij Mindshare, hielp Guleed bij de shoot. Samen kozen ze om twee redenen voor de NDSM-werf als locatie, vertelt Guleed: ‘Allereerst sluit de setting aan bij waar Mindshare en Atva voor willen staan. Het is provocerend, daagt de status quo uit en wijkt af. Daarnaast hopen we dat in de mediawereld dezelfde transformatie zal plaatsvinden als bij NDSM. Vroeger was het een roestige scheepswerf, nu het decor voor een nieuwe generatie creatievelingen uit alle hoeken van Nederland. Als je er een dagje rondloopt krijg je een representatief beeld van de samenleving, waarbij mensen vrij kunnen zijn en zich kunnen uiten op hun eigen manier. Helaas is dit in de mediawereld nog ver te zoeken.’
Atva: ‘Ik vond de NDSM-werf een superidee. Ik voelde me daar veel meer op m’n gemak dan op kantoor. Meer “Atva” dan “de CEO van Mindshare”. Ik vind het nog mooier dat Guleed dat al bedacht had. Mooi dat iemand met wie je werkt je zo goed in beeld weet te vatten.’

Guleed, over het interview met Atva: ‘Dit is Atva. Het beeld dat in het interview wordt geschetst, herken ik. Wat ik er heel goed aan vind is dat je ziet hoezeer Atva zich bewust is van wat er in de maatschappij gebeurt. Niet alleen door haar eigen ervaring en de ervaring van mensen om haar heen, maar ook omdat ze zich verdiept in racisme en haar eigen rol daarin.
‘Ik denk dat heel veel mensen daarvan kunnen leren en kritischer moeten kijken naar hun eigen gedrag. Op die manier gaan we elkaar beter begrijpen en komen we vooruit als samenleving. Als bedrijf kan Mindshare ook nog genoeg stappen zetten. Die vraag miste ik in het interview: wat kunnen wij als Mindshare doen om nog inclusiever te worden? Hoe zorgen we ervoor dat we ook diverser worden in de bovenlagen van het bedrijf? Hoe kunnen we de industrie verder brengen? Ik hoop dat we de komende jaren deze vragen gaan beantwoorden.’

Acta non verba
Zolang Guleed zich kan herinneren wordt er over diversiteit gediscussieerd. En dat is volgens hem het probleem: ‘We blijven maar praten. Tot nu toe zie je dat niet terug in onze industrie. Het wordt tijd dat we voorbij de mooie woorden gaan. Anders verandert er niks. Acta non verba!

DeMedia100
‘We hebben meer zwarte rolmodellen nodig in onze industrie. Concrete voorbeelden waarin mensen met kleur zich ook herkennen. In DeMedia100 staan welgeteld twee donkere mensen. Dat zegt wel genoeg denk ik.
‘In de mediawereld en in de samenleving is er helaas nog gebrek aan empathie. Veel bedrijven verklaren zich solidair met de Black Lives Matter-beweging. Maar je ziet ze, behalve met een zwart tegeltje op social media, niet met een langetermijnoplossing komen. De reden is dat veel van deze bedrijven witte mensen in leidinggevende posities hebben. Deze mensen voelen helaas de urgentie niet voor verandering, omdat racisme hen niet direct raakt. Bovendien zou dit hun comfortabele positie in gevaar kunnen brengen. Voor veel mensen is het nu “cool” om over diversiteit en inclusiviteit te praten, voor mij is het mijn leven.’

Bekijk ook de eerdere interviews in deze serie met Bas Vroonland, John Olivieira,Patritia Pahladsingh, Christiaan van Mansfeld en Baba Touré en hoe zij geportretteerd werden door Ray Depatti, Sharon Jane, Bibian Bingen, Paul Rietveld en Kwabena Sekyi Appiah-Nti.