30 juni 2021

De strijdbaarheid van Fight cancer-directeur Stefanie van Rootselaar

Op de foto hierboven heeft Stefanie van Rootselaar net meegedaan aan de training voor de eerste editie van de Love Life Run op zondag 4 juli in Breda. 

Ze denkt liever niet in termen van vechten als het gaat om kanker. ‘Als je kanker hebt is dat helaas vanaf het begin een oneerlijke strijd waar je niet tegen kunt vechten.’ Toch is Stefanie van Rootselaar een strijdbaar type. Het heeft zo moeten zijn dat ze vier maanden geleden directeur werd van Stichting Fight cancer. ‘Never give up’ zou haar motto kunnen zijn.

Stefanie van Rootselaar is nu vier maanden directeur van Stichting Fight cancer. Onder het motto ‘Love life. Fight cancer’ inspireert Fight cancer mensen om samen in actie te komen om fondsen te werven voor wetenschappelijk kankeronderzoek en preventie. Dat kan door een eigen actie te starten, deel te nemen aan een van de evenementen die Fight cancer organiseert samen met lokale teams, geld te doneren of vrijwilliger te worden. Met het geld dat opgehaald wordt, financiert Fight cancer via partner KWF Kankerbestrijding baanbrekend kankeronderzoek.

De stap naar Fight cancer lag op het eerste gezicht niet voor de hand: het is haar eerste functie bij een stichting. De afgelopen vijftien jaar vervulde ze diverse commerciële functies, als laatste bij Air France-KLM. Daar was ze verantwoordelijk voor alle campagnes in de Benelux. Eerder werkte ze als managing director Europe bij het internationale pr-bureau FinchFactor en ze werkte in diverse rollen bij DPG Media.

Out in the Open volgde Stefanie bij haar stappen van de zakelijke markt naar de consumentenmarkt en van het grote, commerciële bedrijfsleven naar de ideële wereld. We werken bijna vijf jaar samen; DPG Media was een van de eerste klanten van Out in the Open.  

Hoe kwam je in contact met Fight cancer?

‘Ik werd in het voorjaar van 2018 getipt dat de stichting een directeur zocht. Ik was op dat moment ook in gesprek met KLM. Ik heb gesproken met de toenmalige directeur van Fight cancer en met de Raad van Toezicht en het sprak me aan om mijn commerciële ervaring in te zetten voor deze stichting. Uiteindelijk moet je bij een goed doel ook zo veel mogelijk geld binnenhalen, alleen is het dan voor iets moois. Het vervolggesprek met Fight cancer werd over de zomer heen getild en intussen kreeg ik een aanbod van KLM. De gesprekken daar waren ook erg goed, ik vond de mensen bij KLM leuk en zij hadden bij mij het idee dat ik de juiste persoon voor hen was. Ik heb het enorm naar mijn zin gehad bij dit mooie merk.’

Waarom stapte je na 2,5 jaar toch over naar Fight cancer?

‘Fight cancer kwam weer op mijn pad. De directeur is destijds aangebleven en ze zochten nu weer een opvolger. Bij KLM was het werk in coronatijd enorm veranderd. Veel commerciële activiteiten kwamen op een laag pitje te staan en ik dacht na over mijn toekomst. De gesprekken met Fight cancer waren zo inspirerend; ze maakten zich zorgen omdat er geen evenementen mogelijk waren en ik kreeg allerlei ideeën voor initiatieven die Fight zou kunnen opstarten. Achteraf denk ik dat het haast geen toeval kan zijn dat de stichting weer op mijn pad kwam.’

Bij Fight cancer kun je je eigen pad bepalen.

‘Zeker! Ik wilde graag aan het roer zitten en zelf de koers bepalen. Hoe mooi om dat te doen bij een organisatie die zich inzet voor een verschrikkelijke ziekte waar helaas iedereen direct of indirect mee te maken krijgt? Dat geldt ook voor mij. Mijn beide ouders hebben kanker gehad, net als veel mensen in mijn omgeving. Daarom kon ik me goed vinden in de missie van Fight. Als iemand in je omgeving ziek wordt voel je je machteloos omdat je niets kunt doen en niet kan helpen. Daarom biedt Fight een platform om in actie te komen en geld op te halen voor meer onderzoek, zodat je toch echt iets kunt doen. Ik vind het eervol dat ik bij kan dragen aan iets groters, iets dat toch wat meer betekenis heeft dan het verkopen van een stoel in een vliegtuig.’ 

Hoe was de overgang van profit naar non-profit?

‘Ik denk dat ik de overgang ietwat heb onderschat, omdat alles anders is. Daarnaast had ik de pech dat een aantal teamleden net voor en na mijn komst ervoor kozen iets anders te gaan doen. En dan merk je snel het verschil tussen een groot en een klein bedrijf: er is wat minder structuur, er zijn geen afdelingen die dingen voor je doen, je moet alles zelf regelen en uitzoeken.

‘Ik zag natuurlijk ook wel dat er een mooie kans lag om helemaal mijn eigen team op te bouwen, te bedenken met wie ik wilde gaan bouwen en hoe ik het wilde gaan doen. Mijn team is nu compleet en we gaan samen met frisse energie verder bouwen aan Fight cancer. Het is ook wel fijn dat niemand op de rem zal trappen door te zeggen: maar we deden het altijd anders.’

Mis je het grote team en de vele collega’s bij KLM?

‘Het is heel anders. Bij KLM had ik een team van zes mensen en we werkten veel samen met andere afdelingen en het hoofdkantoor. Naast mijn team van 4,5 fte bij Fight cancer zijn er betaalde projectleiders en vrijwilligers door het hele land actief voor wie mijn team en ik zichtbaar en bereikbaar moeten en willen zijn; bij elkaar zijn dat gauw rond de 300 mensen. Ik heb veel van die mensen inmiddels ontmoet. Het zijn stuk voor stuk bijzondere mensen. Ze zijn heel verschillend maar allemaal hebben ze een verhaal en een intrinsieke motivatie waarom ze zich voor Fight cancer inzetten. Dat geeft veel energie. Er is zoveel goede wil bij mensen en er is weinig voor nodig om het vonkje bij ze te doen overslaan. Dat is extra mooi in deze tijd waarin dingen nog niet back to normal zijn.’